* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
Gregorius   
Léonin   
Pérotin   
Guido d' Arezzo  
Hildegard von Bingen  
  • Johannes Ciconia  
  • Guillome Dufay  
    John Dunstable  
    Adam de la Halle  
    Francesco Landini  
    Guillome de Machaut  
    Johannes Ockeghem  
    Philippe de Vitry  
    Walther von der Vogelweide  

    © Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Johannes Ciconia
    » België (Stijlperiode: Middeleeuwen)

    Geboren: 1335
    » Luik

    Johannes Ciconia werd geboren in Luik ca. 1335; hij behoorde tot de familie Chiwagne (De Swaen?), waarvan Ciconia de Latijnse naam is. Luik werd in die dagen "Le paradis des prêtres" genoemd. Er leefde een bloeiende muzikale traditie in de kathedraal, de zeven collegiale kerken, de zesentwintig parochiekerken en de talrijke kloosters. Er bestond een vruchtbare culturele uitwisseling tussen Luik en Avignon. Zo werd Louis Sanctus van Beeringen "Magister in Musica" in Avignon. Aan de Luikse kathedraal zijn dan weer buitenlandse kanuniken verbonden. Rond 1345 was Johannes Ciconia er waarschijnlijk koorknaap aan de kathedraalschool of aan de kerk van St. Jean l'Evangéliste.

    Onder invloed van de multi-culturele uitwisselingen belandt Ciconia in Avignon, de Franse pausenstad. Hij wordt er "familiarus" van de edelvrouwe Aliénor de Commiges-Turenne. Zij weet van paus Clemens VI een prebende voor Ciconia los te weken. Avignon wordt het nieuwe muzikale centrum van het Franse taalgebied onder paus Clemens VI. De nieuwe Ars Nova principes komen er tot ontplooiing. Ciconia maakt kennis met deze nieuwe kunst o.m. via Johannes de Muris, die een tijd in Avignon verblijft.

    In 1352 sterft paus Clemens VI en hij wordt opgevolgd door Innocentius VI. Deze plant de terugkeer naar Rome. De Spaanse kardinaal Gil Alvarez Carillo Albornoz moet de Pauselijke Staten trachten te herenigen. Wanneer Albornoz op 16 oktober 1358 voor een tweede maal van Avignon naar Italië reist, gaat Johannes Ciconia mee als lid van zijn hofhouding. In gezelschap van Albornoz bezoekt de huiscomponist Genova en Pisa. Daarna verblijft hij een maand te Firenze. Hier komt Ciconia in contact met de Trecentokunst. Tussen 1359 en 1361 wordt de reis door Italië verder gezet. Ciconia krijgt een kanonciaat in Cesena, één van de vaste verblijfplaatsen van Albornoz. De kardinaal bezoekt ook Bologna en Milano. Het madrigaal verliest in die tijd langzaam veld ten voordele van de caccia en de ballata.

    Op 12 september 1362 wordt Urbanus V gekozen als opvolger van Innocentius VI. Albornoz wordt door de paus uit zijn functie ontslagen. Na contacten met Francesco I da Carrara in Padova begeven de kardinaal en zijn hofhouding zich naar Napoli. In 1366 kondigt Urbanus V het vertrek naar Italië aan en Albornoz wordt teruggeroepen naar de Pauselijke Staten.

    Op 22 augustus 1367 sterft Albornoz. Hierdoor valt de sterke hand in het Italiaans beleid weg. De paus zal zich niet kunnen handhaven in Italië. Albornoz' hovelingen en dienaren zwermen uit na zijn dood. Ook Ciconia's spoor wordt zeer vaag. Er zijn drie mogelijke routes die hij zou gevolgd hebben: ofwel keert hij onmiddellijk terug naar Luik, ofwel zoekt hij toenadering tot Francesco da Carrara in Padova en keert na een kort verblijf daar terug naar zijn vaderland. De derde mogelijkheid is dat Ciconia de Pauselijke Kapel in Italië vergezelt, en met dit gezelschap in 1370 naar Avignon terugkeert. Van daaruit gaat trekt hij in elk geval naar zijn geboortestad Luik.

    In 1372 wordt Johannes Ciconia weer in de Luikse registers vermeld. Hij is er verbonden aan de collegiale St.-Jean l'Evangéliste, en heeft blijkbaar zelfs een gezin gesticht. Deze periode is zeer vaag en een definitieve en volledige versie van Ciconia's leven kan niet worden opgemaakt.

    In 1377 wordt Avignon definitief door de pausen verlaten. Terwijl het pauselijk apparaat naar Rome terugkeert, breekt in Avignon het Westers Schisma uit. Luik blijft trouw aan Rome. In Padova koestert men sympathieën voor Avignon. Pierre Lupi de Luna, ex-collega van Ciconia, wordt tot Avignonpaus gekozen. Ciconia sympathiseert met Avignon, wat hem niet in dank wordt afgenomen.

    Tussen 1390 en 1400 schrijft Ciconia tenminste drie feestmotetten ter ere van hoogwaardigheidsbekleders in Padova. Ook de overgebleven manuscripten uit de abdij van Santa Giustina dateren van deze periode. De fragmenten bevatten zowel geestelijke als wereldlijke muziek.

    In 1402 verdwijnt Ciconia uit de Luikse registers en hij doet definitief zijn intrede in het muziekleven van Padova. Op 30 juli schenkt Francesco Zabarella een prebende aan Ciconia. De componist zelf wordt custos, cantor en musicus aan de kathedraal van Padova. Als eerbetuiging ontvangt hij een aantal prebenden van de overheid o.a. in Asticho en Mediolana. In 1406 wordt Padova door Venetië veroverd. Francesco Zabarella kan een vredesverdrag met de Venetianen uit de brand slepen.

    Onder Ciconia's leiding wordt het muziekleven aan de kathedraal uitgebouwd. Regelmatig worden nieuwe beroepsmusici aangeworven. In 1409 schrijft Ciconia zijn laatste meesterwerken. Omwille van zijn hoge leeftijd wordt hij ontlast van het cantorschap. In 1411 overlijdt Johannes Ciconia en ter ere van hem vinden er grootste begrafenisplechtigheden plaats in de kathedraal van Padova.

    Uit voorafgaande chronologie blijkt dat er enkele hiaten in Ciconia's leven te vinden zijn. De periode tussen Albornoz' dood en Ciconia's aanstelling in Padova is vaag. Samen met de gegiste geboortedatum doet dit vele vragen rijzen bij musici en vorsers. De musicoloog David Fallows schreef in 1976 het artikel 'Ciconia padre e figlio' (Ciconia vader en zoon) dat een ""oplossing"" zou kunnen aanreiken voor een gedeelte van de probleemstelling. Voldoende bewijsmateriaal kan hij niet aanvoeren maar een aantal punten zouden wel een mogelijk alternatief zijn. Zijn varianten zijn de volgende: 1( Alle documenten uit het Luikse tienerleven van Ciconia, zijn diensttijd in Avignon en de reizen met Albornoz hebben betrekking op een gelijknamig persoon, niet identiek met de componist; 2( Omstreeks de jaren 1380 zijn er in Luik twee Johannes Ciconia's aanwijsbaar. De ene is kanunnik, de andere jonge koorknaap aan de kerk van St.-Jean l'Evangéliste. Deze laatste zou dan de componist zijn; 3( Het is mogelijk dat Ciconia senior de vader van junior was. Een Luikse kroniek vermeldt dat ene Jacques d'Heur een dochter had. Bij deze dame verwekte Jehan de Chywogne, kanunnik aan de kerk van St.-Jean de l'Evangéliste, een zoon die later in Italië verbleef; 4( De meeste handschriften en composities van Ciconia zijn in deze visie perfect te passen. De eerste dateerbare werken zouden geschreven zijn toen hij tussen de 20 en 30 jaar was.
    Volgens Fallows zou Ciconia geboren zijn ca. 1370.

    Ciconia's composities (ongeveer 40 stuks) werden in manuscript bewaard. Zij omvatten misfragmenten (Gloria, Credo), Latijnse motetten (waarvan verscheidene de verdiensten huldigen van belangrijke personages met wie hij in contact kwam), Franse liederen, madrigalen en Italiaanse ballata's.
    In de Europese muziek wordt Ciconia gezien als één van de meest vooraanstaande figuren uit de overgangsperiode van de Ars Nova (14e eeuw in Frankrijk) naar de meer ontwikkelde polyfonie uit de tijd van Dufa_ (ca. 1400-1474). Zijn werk draagt het stempel van de opeenvolgende invloeden die hij in zijn geboortestreek, in Frankrijk en in Italië heeft ondergaan. Johannes Ciconia schreef ook meerdere tractaten waarvan ""Nova Musica"" en ""De Proportionibus"" de belangrijkste zijn. Uit deze twee geschriften zijn twee basistendenzen waarneembaar, belangrijk voor het begrip van zijn compositorisch oeuvre.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE