* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
MODERN
Luciano Berio  
Pierre Boulez  
John Cage  
Philip Glass  
  • Nikolai Kapustin  
  • György Ligeti  
    Witold Lutoslawski  
    Krzystof Penderecki  
    Astor Piazzolla  
    Steve Reich  
    Alfred Schnittke  
    Karlheinz Stockhausen  
    Edgar Varèse  
    Andrew Lloyd Webber  
    Anton Webern  
    Yannis Xenakis   

    © .Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Nikolai Kapustin
    » Rusland (Stijlperiode: Modern)

    Geboren: 1937
    » Gorlovka

    Geselecteerde websites
  • www.nikolai-kapustin.info
  • De muziek van Nikolai Kapustin is de laatste jaren in de belangstelling gekomen, met name door de Hyperion CD (CDA67159 - uitgegeven in 2000) met zijn pianomuziek gespeeld door Steven Osborn, en twee andere vertolkers van zijn muziek, pianisten Marc-André Hamelin en Nikolai Petrov.

    Zijn levensloop is eenvoudig samen te vatten. Hij is geboren in Gorlovka (Ukraïne) in 1937 en studeerde in 1961 af aan het conservatorium in Moskou onder zijn leraar Alexander Goldenweiser. Zijn muzikale opvoeding is traditioneel, met een stevige dosis Russisch virtuoos pianorepertiore. Jazz was van grote invloed gedurende zijn tienerjaren en is dat de rest van zijn leven gebleven. Vanaf eind 50-er jaren begaf hij zich in de Russische jazz-wereld, richtte een kwartet op, en speelde met de ‘Central Artists’ Club Big Band’ van Juri Saulsky. Hierna maakte hij tournees door de Sovjet Unie met het ‘Oleg Lundstrem Jazz Orchestra’. Nu woont hij in een afgelegen gebied in Moskou met zijn vrouw, en legt zich volledig toe op componeren en studio opnames.

    Kapustin’s pianomuziek is in technisch opzicht fenomenaal, en als pianist heeft hij de bijpassende techniek. Hij is nog steeds de belangrijkste vertolker van zijn eigen muziek, niet alleen omdat het zijn eigen composities zijn maar ook omdat zijn opnames blijk geven van enorme technische en muzikale kwaliteit.

    Zijn componeerstijl is overbruggend en behoort tot de ‘derde generatie’ trend van de laat 20ste eeuw. Klinkt zijn muziek meer als jazz dan als klassiek? Dat hangt af van de oren die luisteren. De klassiek geoefende oren hoort de weldaad aan jazz invloeden en voelt zich gesterkt door het bestaan van partituren die de subtiliteit en ritmische complexiteit uitbeelden. De jazz musicus voelt waarschijnlijk het tegenovergestelde: het mag dan op meerdere momenten jazzy klinken, maar het is het niet echt. Beide zijn vol bewondering dat Kapustin ieder klein detail op papier heeft gekregen. Het opschrijven van zijn muziek is waarschijnlijk op zich al voldoende reden om hem niet te scharen tot de mainstream jazz cultuur. Echter, dit is muziek die alleen kan worden geschreven door iemand die een overvloed aan ervaring heeft met het spelen van jazz en improviseren, en tegelijkertijd alleen op papier kon worden gezet door iemand met een gedegen klassieke training.

    Hoe ziet Kapustion zichzelf? “I was never a jazz musician. I never tried to be a real jazz pianist, but I had to do it because of the composing. I’m not interested in improvisation–and what is a jazz musician without improvisation? All my improvisation is written, of course, and they become much better; it improved them.” (Anderson, p.94-6)

    Kapustin componeert aan de piano en ziet componeren vanuit het perspectief van een pianist. Hij is van mening dat alle pianomuziek aan de piano moet worden gecomponeerd, en zegt dat hij niet zou kunnen componeren als hij het niet zou kunnen spelen.

    De klassieke pianist moet bij het instuderen van zijn muziek gebruik maken van een specifieke benadering, in bepaalde opzichten afwijkend aan het instuderen van klassiek repertoire. Uiteindelijk is er een bepaald gevoel bij diverse passages dat niet kon worden opgeschreven, en het gaat uit van bekendheid met de jazzstijl van Art Tatum, Errol Garner, Oscar Peterson, en anderen aan wie zijn muziek verwant is. De klassieke pianist kan eenvoudig in de val lopen dat hij gaat vechten tegen de muziek. Dit komt voornamelijk doordat de overvloed aan detail de brein bombardeert en men door de bomen het bos niet meer ziet. Tevens moet de pianist die deze jazzstijl speelt rekening houden met het gewicht van de armen, vingerzettingen, ritmische onafhankelijk van de handen, en andere technische aspecten die sterk afwijken van het klassiek repertoire. Deze muziek heeft onder andere grotere vitaliteit en onafhankelijkheid van de linker hand nodig dan gebruikelijk is bij het klassiek componeren. Vingerzettingen en het gewicht van de onderarm zijn sterk met elkaar verbonden vijanden bij het spelen van jazz, en vallen samen open een wijze specifiek aan het ritmische en harmonische idioom van de jazz, verschillend van alle andere stijlen. Een deel van de uitdaging van het lezen van deze muziek is het ontcijferen van deze in de partituur verborgen technische symbiose. Nergens worden vingerzettingen gegeven, en het wijzigen van vingerzetting gedurende het leerproces, om een natuurlijk en ontspannen evenwicht van kinetische gebeurtenissen te verkrijgen, komen veelvuldig voor.

    Vanuit het perspectief van een pianist voelt alles wat Kapustin schrijft op een bepaalde manier aan als een etude, zo groot zijn de eisen die gesteld worden aan lichaam en geest. Dat betekent niet dat hij zich heeft toegewijd aan het schrijven van muzikaal eenvoudige oefeningen. In tegendeel, zijn muziek zit vol met creatieve harmonieën en fraseringen die de luisteraar in vervoering brengen.

    Zijn 8 etudes opus 40 grijpen terug op de traditie van de concertetude in de 19e eeuw. Dat wil zeggen, het is in de eerste plaats muziek, en slechts op de tweede plaats zijn zij gericht op specifieke technische uitdagingen voor de uitvoerder. Af en toe horen we stilistische verwijzingen naar Chopin, Scriabin, Rachmaninoff en anderen, en in de Bagatelle opus 59,6 is het hem gelukt een verborgen verwijzing naar Chopin’s ‘Revolutie-etude’ te maken.

    Zijn meest ambitieuse compositie voor piano zijn de 24 preludes en fuga’s opus 82, geschreven in 1997. Het 173 pagina’s tellende manuscript is in opzet traditioneel met de combinatie prelude/fuga in de 24 toonsoorten. Het harmonisch verloop is echter ongewoon met de alteraties tussen groot en klein, net zoals bij Bach, maar de grote toonsoorten bewandelen de kwintencirkel in de mineur richting (beginnend bij C-groot en eindigend met G-groot), terwijl de kleine toonsoorten zich bewegen in dezelfde richting maar beginnen aan de andere kant van de cirkel (beginnend met Gis-klein en eindigend met Es-klein). Dit heeft het effect van de opvolging van niet-gerelateerde toonsoorten en het verwijderen van gerelateerde grote en kleine toonsoorten. Dit werk is een ongekende prestatie met betrekking tot compositionele synthese en verbeelding, en is uniek in de pianowerken van de 20ste eeuw. Bach’s ‘Wolltemperierte Klavier’ bracht ons de geniale meerstemmigheid en harmonie van de 18e eeuw. Kapustin’s prestatie met het samenbrengen van het jazz-idioom en dezelfde meerstemmigheid is wellicht vergelijkbaar. Weinig anderen zouden zo’n project in overweging hebben genomen.

    Een ieder die de componist hebben ontmoet zijn onder de indruk van de schijnbare tegenstelling tussen zijn flamboyante muzikale stijl en zijn gereserveerde karakter. Zijn muziek zal wellicht altijd slechts een beperkte groep bewonderaars hebben. Er zijn in ieder geval drie redenen hiervoor. In de eerste plaats, met betrekking tot marketing van zijn eigen product, Kapustin is kennelijk zijn eigen ergste vijand, of beter, zijn beste vriend. Hij is begaan met componeren en studio-opnames, maar niet met concerten, reizen en beroemdheid. De noodzakelijke ingrediënten voor muzikaal succes ontgaan hem omdat hij er geen interesse voor heeft. De beperkte internationale erkenning die hij nu krijgt maak hem waarschijnlijk zowel ongemakkelijk als geïntegreerd. Er is een Schubertiaanse eerlijkheid en toewijding aan zijn muzikale esthetiek die zelden wordt gezien in de hedendaagse muziekwereld. Toch is dit noch elitair noch naïef. Ten tweede, de eisen aan de uitvoering zijn dermate hoog dat slechts weinigen hieraan kunnen voldoen. Ten derde, zijn muzikale stijl als totaal is conservatief en ‘interdisciplinair’. Deze twee fundamentele aspecten van zijn muziek zijn problematisch voor sommige luisteraars die niet bereid zijn voor de fusie tussen standaard jazz en klassiek, of diegenen die liever meer ‘originaliteit’ en modernisering in de jazzstijl hadden gezien. Het laatste is gelijk aan de kritiek die Oscar Peterson vaak ten deel is gevallen. Hij is zijn hele leven gebleven binnen het idioom van de traditionele jazzstijl. Opmerkelijk is dat Kapustin Peterson heeft henoemd als zijn grootste invloed op zijn muziek.

    Kapustion’s muziek drijft niet op de moderne trends van de 20ste eeuw. Hij componeert voor zijn eigen plezier en niet voor commissie, of schrijft voor vrienden. Zijn muzikale producten conformeert zonder twijfel in meerdere opzichten aan de klassiek traditie. Zijn composities hebben alle opus nummers (dat zien we zelden bij hedendaagse componisten); hij schrijft sonates, concerten, preludes, fuga’s, variaties en speciale werken voor piano zoals Toccatina, Nocturne, Berceuse etc., en hij schrijft kampermuziek voor standaard combinaties.

    Kapustin’s werk is enorm en bestrijkt ruim 100 opussen. Er zijn niet minder dan 6 pianoconcerten (enkele met big-bandm enkele met strijkorkest), en 10 vroegere werken voor piano en orkest. De grote hoeveelheid pianowerken bestaat uit onder andere 12 sonates, de 24 preludes opus 82, de 8 etudes opus 40, de 10 bagatellen opus 59, en verschillende afzonderlijke composities. Er is tevens een groot aantal orkestrale en kamermuziek werken, en naast het schrijven voor de piano schrijft hij graag voor de cello (2 sonaten, een concert, en enkele kleiner werken). De werken voor piano solo bestaat uit in totaal 38 verschillende opussen, waarvan er tot op heden 16 commercieel zijn uitgegeven. Vier van de meest recente kamermuziek werken zijn tevens beschikbaar, maar spijtig genoeg zijn geen van zijn concerten en andere werken beschikbaar op CD. Weinig van zijn muziek is uitgegeven, en de kleine hoeveelheid die is uitgegeven is van Sovjet en Russische uitgevers die in het Westen moeilijk te verkrijgen is. Er is nu een Engelse ‘Kapustin Society’, toegewijd aan het commercieel uitgeven van zijn partituren en het verschaffen van royalty’s voor de componist.

    [Leslie De'Ath (2002) - vertaling Erik Hoogenboom]

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE