* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
BAROK
Johann Sebastian Bach  
Johann Christoph Bach  
Dietrich Buxtehude  
Giacomo Carissimi  
Arcangelo Corelli  
François Couperin  
John Dowland  
Girolamo Frescobaldi  
Georg Friedrich Händel  
Pietro Locatelli  
Jean-Baptiste Loeillet  
  • Jean-Babtiste Lully  
  • Giovanni Pergolesi  
    Henry Purcell  
    Jean Philippe Rameau  
    Alessandro Scarlatti  
    Domenico Scarlatti  
    Heinrich Schütz  
    Georg Philipp Telemann  
    Antonio Vivaldi  

    © Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Jean-Babtiste Lully
    » Italië (Stijlperiode: Barok)

    Geboren: 28 november 1632
    » Florence
    Overleden: 22 maart 1687
    » Parijs

    Door een vreemd toeval kwam de dertienjarige Giovanni Battista Lulli aan het Franse hof terecht: Mademoiselle la Princesse de Montpensier haalde het in haar hoofd om Italiaans te studeren, en vroeg eerder schertsend aan Monsieur le Chevalier de Guise haar van één van zijn reizen een echt Italiaantje mee te brengen. In 1646 stond de Chevalier dan ook werkelijk met een zwartharige krullekop voor de poort. Gianbattista werd dan maar tot page benoemd (een soort "garçon de chambre" of loopjongen).

    In Firenze, waar hij op 28 november 1632 geboren werd in een molenaarsgezin, had hij als knaap wat gitaar, viool en muziektheorie geleerd bij een oude monnik. Zo is het te begrijpen dat de jonge Lulli al gauw ontheven werd van zijn taak in de keuken en als taalleraar: zijn muzikale gaven werden opgemerkt, en hij kreeg de gelegenheid zich te bekwamen in de muziek en vooral in de danskunst. En daar begint dan een van de wonderlijkste componistenloopbanen uit de geschiedenis: Jean-Baptiste Lully (zelfs zijn naam had hij opportunistisch verfranst) ontpopte zich tot een man met onverzadigbare ambitie: wanneer zijn "uitgediende" meesteres naar de provincie weggedegradeerd wordt, vraagt hij zijn ontslag om in de Parijse hofkringen te kunnen blijven. Hij kon er schitteren als danser, muzikant en componist. Het decor voor zijn carrière was enkele jaren tevoren opgesteld door een andere ingeweken Italiaan zonder scrupules: Giuglio Mazarini, beter bekend als kardinaal-eerste minister Mazarin, die de Italiaanse opera naar het hof haalde. Lully had zich zo grondig van zijn Italiaanse huid ontdaan, dat hij zich zowel muzikaal als in zijn verdere gedragingen tot een typisch zeventiende-eeuws Fransman van groot allure had ontwikkeld: tegen tal van intriges in werd hij een groot hoveling en bonvivant, een gewetenloos zakenman, een belangrijk componist en geadeld gunsteling van Lodewijk XIV.

    Om zijn aanstaande schoonfamilie te imponeren deinsde hij er niet voor terug zichzelf adelijke titels toe te eigenen: zijn vader noemde hij "Laurent de Lully, gentilhomme florentin" (eigenlijk Lorenzo de molenaar) en zijn moeder "la défunte demoiselle Catherine del Serta" (eigenlijk Catarina del Sera, molenaarsdochter uit Ognissanti). Hij trad in het huwelijk met de enige dochter van zijn voormalige collega in de kapel, Lambert. Zijn vrouw Madeleine, die voorts in zijn hart weinig plaats innam, veranderde zijn leven vol schandalen, in dat van een hardwerkend familievader. Van dan af gingen zijn talent en intriges eerst werkelijk renderen. Van de zes kinderen (in zes jaren tijd geboren) waren de drie zonen eveneens muzikaal begaafd.

    Wat de theatermuziek betreft, werd de eerste periode van zijn componistendom volledig beheerst door de samenwerking met Molière. Het resultaat waren dan ook een aantal komische zangspelen, waarvan "Le bourgeois gentilhomme" steeds repertoire heeft gehouden. Na de plotse dood (op het podium) van de blijspelauteur, ging Lully met Quinault als libbrettist samenwerken. Hieruit groeiden een reeks "tragédies lyriques" met de Griekse tragedie als inspiratiebron. In werkelijkheid stond de held symbool voor de zonnekoning. De belangrijkste titels zijn "Isis", "Psyche", "Bellérophon", "Proserpine", "Roland", "Armide" en "Acis et Galathée".

    Intussen bleef Lully aan het hoofd staan van de 24 violons du Roy (het grote hoforkest) én van La petite bande, en componeerde volop militaire marsmuziek plus pompeuse kerkmuziek. Bij het dirigeren van zijn "Te Deum", gecomponeerd om de genezing van de koning te vieren, stootte Lully iets te hard met de dansmeestersstok waarmee hij placht te dirigeren (in die tijd een echte stok waarmee op de grond gestoten werd), en verbrijzelde één van zijn tenen. Gebrekkige verzorging van de infectie die hierop volgde had zijn dood tot gevolg op 22 maart 1687. Zo eindigde zijn carrière even grotesk als ze begon.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE