* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
RENAISSANCE
Gilles Binchois  
John Bull  
William Byrd  
Carlo Gesualdo  
Constantijn Huygens  
Hendrik Isaac  
Orlando di Lasso  
Philippus de Monte  
  • Claudio Monteverdi  
  • Jacob Obrecht  
    Giovanni Palestrina  
    Josquin des Prťs  
    Jan Pieterszoon Sweelinck  
    Adriaan Willaert  

    © Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Claudio Monteverdi
    » ItaliŽ (Stijlperiode: Renaissance)

    Geboren: 15 mei 1567
    » Cremona
    Overleden: 29 november 1643
    » VenetiŽ

    Claudio Monteverdi werd geboren op 15 mei 1567 in de vioolbouwersstad Cremona als zoon van een arts. Aan de kathedraal van zijn geboortestad studeerde hij bij de kapelmeester muziektheorie, zang en viool. Op zijn vijftien reeds publiceerde hij zijn eerste bundel (Cantiunculae sacrae) en kort daarna de eerste geestelijke madrigalen en driestemmige canzonetten.

    In 1590 wordt hij in Mantova als violist aangenomen in de kapel van hertog Gonzaga, o.l.v. Jacques Wert. Vermits de hertog op zijn oorlogsexpedities graag zijn muziekkapel in de buurt had, krijgt Monteverdi op die manier de gelegenheid om in Hongarije en Vlaanderen de lokale muziek te leren kennen.

    In 1602 wordt Monteverdi zelf kapelmeester in Mantova. In die tijd componeerde hij vooral madrigalen, die in een zevental boeken gebundeld werden. Als modernist in het genre krijgt hij het aan de stok met de beroemde muziektheoreticus Artusi, en een polemiek in verschillende afleveringen ontstaat.

    In 1607 schept hij zijn eerste meesterwerk, de opera "Orfeo" (zelf noemde hij het een "favola in musica"), meteen ook de eerste mijlpaal in de geschiedenis van dit genre. Na enkele jaren zoeken (vooral in de kringen van de Camerata van graaf Bardi in Firenze) hadden minder begaafde componisten hun tanden stukgebeten op deze nieuwe muziekvorm, die in de eerste plaats een poging was om de tragedie uit de klassieke Oudheid te reconstrueren. De middelen die hem daartoe in de "seconda prattica" ter beschikking stonden, had Monteverdi in zijn vroegere madrigalen tot het uiterste kunnen uitproberen: in plaats van zich uitsluitend met de structuur van het werk en het verloop van de stemmen bezig te houden ("prima prattica"), tracht hij door de muziek speciaal uitdrukking te geven aan de gevoelens die de tekst suggereert. Deze principes vinden we in het voorwoord van zijn vijfde madrigalenbundel, en het is een antwoord op een van de vier geschreven aanvallen van Artusi. De recieten van Orfeo stammen rechtstreeks af van de laatste bundels begeleide solomadrigalen. Monteverdi is ook de eerste componist in de muziekgeschiedenis die bewust orkestreert, door het instrumentarium voor elk deeltje aan de tekstinhoud aan te passen, waardoor in zekere zin ook reeds het principe van het Leitmotiv voorkomt: welbepaalde instrumenten voor bepaalde gemoedstoestanden of personages. Zowat alle toen in gebruik zijnde instrumenten worden aangewend (dit maakt uiteraard de pogingen tot reconstructies in onze tijd uiterst moeilijk en duur).

    In de jaren na zijn Orfeo stierf Monteverdi's jonge echtgenote. Hij blijft componeren in opdracht van de Gonzaga's, en zowel in de prima (een mis ŗ la Gombert) als in de seconda prattica ("Sontata sopra Sancta Maria").

    In 1612 dient hij zijn ontslag in bij de opvolger van Vincenzo Gonzaga, en wordt in VenetiŽ met open armen ontvangen als opvolger van Giovanni Gabrieli aan de San Marco. Naast de kerkmuziek moest hij er ook instaan voor de "hofmuziek" van de republiek VenetiŽ. In deze Dogenstad werd de eerste publieke opera opgericht (de burgers konden tegen betaling voorstellingen bijwonen, in plaats van alleen maar op uitnodiging van de vorst). Helaas zijn de meeste opera's die Monteverdi in zijn Venetiaanse periode (ook op bestelling van andere steden en hoven, waaronder dat van Mantova!) componeerde, verloren gegaan.

    Wel kennen we de titels: "Adone", "Le Nozze d'Enea con Lavinia". De laatste twee opera's zijn wel bewaard gebleven: "Il Ritorno d'Ulisse in patria" en "l'Incoronazione di Poppea". Ze tonen duidelijk aan dat Monteverdi's kunst in die jaren duidelijk evolueerde naar een gesloten da-capo-aria, een warmer melodiek, levendiger reciet en een soberder orkestbezetting.

    Ook het achtste madrigalenboek bevat een soort opera: "Il Combattimento di Tancredi e Clorinda" op tekst van Tasso's "Gerusalemme liberata". Het is een kruising tussen opera, oratorium en madrigaal. De zgn. stile concitato wordt hier voor het eerst toegepast: opgewonden taferelen worden door tremolo en pizzicato in de verf gezet.

    Voor San Marco componeerde hij "Selva morale e spirituale" en een vierstemmige mis met psalmen. Kort na een bezoek aan Cremona stierf Monteverdi op 29 november 1643.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE