* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
ROMANTIEK
Isaac Albéniz  
Charles-Valentin Alkan  
Anton Arensky  
Miliy Balakirev  
Peter Benoit  
Hector Berlioz  
Georges Bizet  
Alexander Borodin  
Sergei Bortkiewicz  
Johannes Brahms  
Max Bruch  
Anton Bruckner  
Norbert Burgmüller  
Emmanuel Chabrier  
Frédéric Chopin  
Cesar Cui  
Léo Delibes  
Frederick Delius  
Anton Diabelli  
Paul Dukas  
Antonín Dvorák  
Edward Elgar  
Gabriel Fauré  
César Franck  
Niels Gade  
Alexander Glazunov  
Mikhael Glinka  
Louis Moreau Gottschalk  
Charles Gounod  
Enrique Granados  
Edvard Hagerup Grieg  
Engelbert Humperdinck  
Vincent d' Indy  
Édouard Lalo  
Franz Lehár  
Guillaume Lekeu  
Franz Liszt  
Jules Massenet  
Felix Mendelssohn  
Giacomo Meyerbeer  
Moritz Moszkowski  
Modest Mussorgski  
Jacques Offenbach  
Nicolò Paganini  
  • Giacomo Puccini  
  • Sergei Rachmaninoff  
    Max Reger  
    Nicolai Rimsky-Korsakov  
    Albert Roussel  
    Camille Saint-Saëns  
    Pablo de Sarasate  
    Franz Schubert  
    Robert Schumann  
    Bedrich Smetana  
    Louis Spohr  
    Franz von Suppé  
    Pjotr Tchaikovsky  
    Giuseppe Verdi  
    Henry Vieuxtemps  
    Richard Wagner  
    Hugo Wolf  
    Eugène Ysaÿe  

    © Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Giacomo Puccini
    » Italië (Stijlperiode: Romantiek)

    Geboren: 22 december 1858
    » Lucca
    Overleden: 29 november 1924
    » Brussel

    Geselecteerde websites
  • Puccini Festival
  • Uit de ononderbroken reeks musici-van-vader-op-zoon was Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini de laatste en tevens belangrijkste telg. Honkvast als dergelijke componisten uit familietraditie zijn, werden ze allen geboren in het noorditaliaanse Lucca, en op Giacomo na stierven ze ook allen in hun geboortestad.

    Giacomo was de tweede Jacob ("secondo") en de vijfde musicus uit de familie, en werd dus geboren in Lucca op 22 december 1858. Hij verloor reeds zeer jong zijn vader, en veel weelde was er voor een weduwe met zeven kinderen niet weggelegd; van een echte muziekopleiding kon dus ook geen sprake zijn. De familietraditie en pianolessen bij de plaatselijke pastoor zorgden er echter voor dat dit muziekdramatisch talent niet zou verloren gaan.

    Na het bijwonen van een opvoering van Verdi's "Aida" in Pisa werd het Puccini menens, en door de voorspraak van een bevriende hofdame kreeg de toen reeds twintigjarige Giacomo een studiebeurs toegewezen van de Koningin, om aan het Conservatorium van Milaan te gaan studeren. Hij leefde er samen met een neef met slechts honderd lire in de maand. Compositieles kreeg hij er van Ponchielli, die hem aanvankelijk trachtte warm te krijgen voor het symfonische werk, ofschoon alle Puccini's vóór hem zonder uitzondering voornamelijk voor het muziektheater hadden gecomponeerd. Ook de religieuze muziek trok hem aan, maar zijn eersteling, een "Mis in A", klonk zo theatraal, dat Ponchielli het geraadzamer achtte hem toch maar in de richting van de opera te duwen.

    De eerste opera's "Le Villi" en "Edgar" kenden niet zo'n overdonderend succes, maar brachten toch genoeg op om de grootste financiële nood te lenigen, zodat er met geruster gemoed en gevulder maag kon worden gecomponeerd. Met "Le Villi" veroverde hij zelfs in bescheiden mate de muziektheaters van de Noorditaliaanse steden, nadat het werk aanvankelijk niet eens in aanmerking was genomen voor deelname aan de wedstrijd waarvoor Puccini het geschreven had.

    Zijn rijke inventiviteit en vooral een doeltreffende orkestratie stonden borg voor een succesrijke toekomst. Met "Edgar", naar het melodrama van Alfred de Musset, kende hij in de Scala minder succes, maar dit verhinderde hem niet de hand te zetten aan zijn eerste grote werk: "Manon Lescaut", op een libretto naar de beroemde roman van Prévost. Het werk werd gecreëerd te Turijn in 1893, en vertoont reeds alle kwaliteiten én gebreken van zijn latere composities: een groot lyrisch-dramatisch vermogen en de gave tot sfeerschepping, naast een zekere neiging tot voze sentimentaliteit. Het hield stand naast dé "Manon" van Massenet, en bracht genoeg op om een stuk grond te kopen buiten de stad; eerst liet hij er een eenvoudig landhuisje op bouwen, later een heuse grote villa. De rust van de natuur en de opwinding van de jacht waren voor Puccini onmisbare levensomstandigheden voor het componeren, terwijl andere ambten en functies die hem veelvuldig werden aangeboden zijn werk alleen maar zouden kunnen storen: één na één liet hij ze aan zich voorbijgaan.

    De resultaten bleven dan ook niet uit: "La Bohème" (1896) en "Tosca" (1900) maakten hem wereldberoemd en welgesteld. De eerste, op een libretto van Biocosa en Illica naar een roman van Murger, ging ook te Turijn in première. Puccini's muziek brengt eenheid in de vier tonelen, en schildert op adequate wijze het Parijse artiestenleven van rond 1838.

    Met "Tosca" zou hij de laatste twijfelaars overtuigen. Puccini betreedt er voor het eerst de paden van het verisme mee. Dit "verismo" is de muzikale uiting in de Italiaanse opera van het realisme als strekking binnen de romantiek (voornamelijk in Frankrijk; Zola, Bizet, Meunier, ...): de onderwerpen en personages zijn niet alleen hedendaags maar zelfs alledaags: de gewone sterveling wordt held in plaats van vorsten, veldheren en andere halfgoden. In tegenstelling tot "La Bohème" en "Manon Lescaut", die bewerkingen zijn van romans, schreef Victorien Hardou het werk voor toneel. Giacosa en Illica klaarden alweer het karwei van de omwerking tot een bruikbaar opera-libretto, zij het wel onder het bemoeizieke oog van Hardou. Het resultaat van hun aller arbeid wist Puccini een maximum aan dramatische kracht mee te geven door zijn muziek. Het verhaal speelt zich af in Rome, waar het gecreëerd werd in het "Teatro Constanzu" in 1000 onder leiding van L. Mugnone. De partituur klinkt verrassend modern door het gebruik van schrille dissonanten en de impressionistische hele-toonstoonladder; van Wagner ontleent Puccini het gebruik van de Leitmotive.

    Met "Madame Butterfly" had hij in 1904 minder geluk: het publiek van de Scala reageerde bij de première meer dan koeltjes. Hij werkte de twee lange bedrijven om tot drie kortere, en in die nieuwe gedaante begon het werk aan zijn veroveringstocht.

    "La Fianculla del West" werd gecomponeerd voor en gecreerd in de Metropolitan te New York, Caruso zong en Toscanini dirigeerde, maar deze opera werd in de eerste plaats gewaardeerd door de Amerikanen; de Europeanen hadden aan deze hulde aan de Pioniers blijkbaar geen boodschap, maar het werd wel de eerste opera waarin Puccini zocht naar een stijl aangepast aan de nieuwe geest en compositietechnieken van de twintigste eeuw.

    In 1914 kreeg Puccini het aanbod om voor Wenen een operette te componeren; "La Rondine" (de Zwaluw). Toen hij er volop aan werkte brak de eerste wereldoorlog uit; Puccini wilde zijn contract nakomen op het gevaar af door zijn landgenoten als duitsgezind te worden bestempeld. Gelukkig voor hem kon zijn uitgever de overeenkomst laten ontbinden, en het werk, naar een libretto van Reichert en Willmer, werd door Adami omgevormd tot een komische opera, en in die vorm te Monte Carlo gecreëerd in 1919. Ondanks zijn kwaliteiten kon het zich niet handhaven op het internationale repertoire.

    In datzelfde jaar 1919 zag Puccini zich verplicht zijn buitengoed bij in Torre del Lago in Toscane te verlaten omdat het geraas van de nieuwgebouwde fabrieken in de onmiddellijke omgeving hem verhinderden in ale rust te componeren. Hij liet een landhuis bouwen in Viareggio. Weer voor New York componeerde hij zijn volgende grote werk: het "Trittico", een drieluik met de eenakters "Il Tabarro", "Suor Angelica" en "Gianni Schicchi", van uiteenlopend onderwerp en niveau. Vooral de laatste, een soort opera buffa, valt op door zijn rake zin voor humor, en wordt weleens vergeleken met Verdi's "Falstaff". Reeds in 1919 was Puccini begonnen aan zijn laatste grote opera: "Turandot", naar een verhaal van Gozzi. Hij heeft het werk niet zelf kunnen voltooien (Franco Alfano maakte het slotduet af): Zijn plots toenemende keelkanker verhinderde hem alle werk. Hij liet zich in Brussel opereren. De operatie slaagde, maar op 29 november 1924 begaf zijn hart het. Intussen was "Turandot", te Milaan in de Scala gecreëerd onder leiding van Toscanini. Het is wellicht de opera waarmee Puccini het dichtst zijn ideaal benadert, namelijk het scheppen van meesterwerken in de grote Verdi-traditie.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE