* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
BAROK
Johann Sebastian Bach  
Johann Christoph Bach  
Dietrich Buxtehude  
Giacomo Carissimi  
Arcangelo Corelli  
François Couperin  
John Dowland  
Girolamo Frescobaldi  
Georg Friedrich Händel  
Pietro Locatelli  
Jean-Baptiste Loeillet  
Jean-Babtiste Lully  
Giovanni Pergolesi  
Henry Purcell  
  • Jean Philippe Rameau  
  • Alessandro Scarlatti  
    Domenico Scarlatti  
    Heinrich Schütz  
    Georg Philipp Telemann  
    Antonio Vivaldi  

    © .Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Jean Philippe Rameau
    » Frankrijk (Stijlperiode: Barok)

    Geboren: 25 september 1683
    » Dijon
    Overleden: 12 september 1764
    » Parijs

    Vader Jean Rameau bezette de nederige post van kerkorganist van St. Etienne in Dijon, terwijl moeder Claudine Demartinécourt hardnekkig beweerde van een adellijk geslacht af te stammen. Van de tien kinderen leerden er minstens drie van hun strenge vader muziek nog voor ze konden lezen.

    Jean-Philippe, die op 24 september 1683 geboren werd, werd naar het jezuïetencollege gestuurd. Zijn temperament botste er wel eens met de strenge tucht, en langer dan vier jaar hielden de leraars het met hun rebel niet uit.

    De plannen om in Italië te studeren en werken, mislukten, omdat het hem daar niet beviel: in Milaan maakt hij rechtsomkeer en trekt met een vierderangs operagroepje doorheen Zuid-Frankrijk. Een tijdje verblijft hij in Avignon als organist. In 1702 ondertekent hij als achttienjarige een contract voor zes jaren op de orgelbank van Clermont-Ferrand. Na vier jaar loondienst kan hij de bisschop overhalen de overeenkomst te ontbinden, en trekt met aanbevelingsbrieven naar het hof van Parijs. Daar moet hij om zich in leven te houden eerst enkele onbelangrijke postjes aanvaarden, en als hij dan eindelijk de proeven voor een belangrijke post wint, deinst hij terug voor de verplichtingen en laat de eer aan de verslagen tegenkandidaat. In die periode begint hij voor het eerst zich bezig te houden met de muziektheorie van Zarlino en Mersenne.

    In 1709 vinden we Rameau plots weer in Dijon, waar hij zijn vader opvolgt, ongelukkig weer met een zesjarig contract, dat in 1713 eens te meer voortijdig en eenzijdig verbroken wordt. In Lyon werkt hij als stedelijk componist, en bespeelt het orgel van de dominicanenkerk.

    In 1714 duikt hij terug op in Dijon, waarschijnlijk om de nalatenschap van zijn vader te regelen, en om als getuige op te treden bij het huwelijk van zijn broer.

    Tot in 1723 gaat hij in Clermont-Ferrand zijn oude schuld vereffenen, door voorbeeldig zijn oude organistenpost te bekleden. Hij werkt als bezeten aan een nieuw en voor die tijd revolutionair werk: "Traité de l'harmonie réduite à ses principes naturels". Het is een synthese van de nieuwe harmonieleer, waarbij alle akkoorden en hun omkeringen worden herleid tot de drie harmonische hoofdfuncties: tonica, subdominant en dominant.

    Niet toevallig is 1722 ook het jaar van Bachs baanbrekend bewijs van de gelijkzwevende stemming in het Wohltemperierte Klavier. Rameau's Traité werd in Parijs uitgegeven, en dit werd de aanleiding om zich in 1723 definitief in Parijs te vestigen. De muziektheoretische problemen bleven hem obsederen, en na dit levenswerk volgden nog meer dan 2000 bladzijden vol polemieken en aanvullingen. Aanvankelijk moest hij zich financieel boven water houden met amusementsmuziek en lesgeven. Maar dan kwam de belangrijke benoeming als muziekmeester, organist en clavecinist bij de schat- en invloedrijke familie de la Poupelinière. In die kringen kwam hij in contact met Voltaire, die de tekst leverde voor zijn eerste opera Samson, maar door de censuur werd het werk tegengehouden. Toch was dit de start van een vruchtbare operacarrière, die even dreigde te stranden op de klippen van de oorlog met de lullisten, de aanhangers van Lully, die konden rekenen op de scherpe pen van J.J.Rousseau. Rameau was helaas niet erg kieskeurig bij het kiezen van zijn librettisten.

    De vette jaren eindigden bij de scheiding van het echtpaar de la Poupelinière, waardoor zijn beschermvrouwe zonder fondsen viel. Zes jaar lang moest Rameau vechten om een pensioen los te peuteren bij de koning als dank voor zijn onafgebroken operaproduktie. In 1752 kreeg hij een nieuwe tegenstander in de buffonisten (aanhangers van de uit Italië overgewaaide opera buffa). In de laatste jaren van zijn leven smaakte hij het genoegen van een goede gezondheid en publieke lofbetuigingen, maar met de inspiratie en het genie was het afgelopen. Enkele maanden voor zijn dood (12 september 1764) werd hij door Lodewijk XV in de adelstand verheven. In zijn doodstrijd zou hij de pastoor weggejaagd hebben omdat deze vals zong. Aan zijn vrouw, de 23 jaar jongere Marie-Louise Magnot en hun vier kinderen liet hij een heel vermogen na, verstopt in oude kasten zonder enige vorm van inventarisatie.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE