* Componisten van Klassieke Muziek  
zoeken
zoekterm onthouden en highlighten
periode
voor 500  Oudheid
500-1450  Middeleeuwen
1450-1600  Renaissance
1600-1750  Barok
1750-1820  Klassiek
1820-1910  Romantiek
na 1900  20ste Eeuw
na 1945  Modern
20STE EEUW
Samuel Barber  
Béla Bartók  
Alban Berg  
Leonard Bernstein  
Ernest Bloch  
Benjamin Britten  
Ferruccio Busoni  
Aaron Copland  
Claude Debussy  
Manuel de Falla  
George Gershwin  
Alberto Ginastera  
Paul Hindemith  
Gustav Holst  
Arthur Honegger  
Charles Ives  
Leos Janácek  
Aram Khachaturian  
Zoltán Kodály  
Victor Legley  
Gustav Mahler  
Bohuslav Martinu  
Olivier Messiaen  
Arthur Meulemans  
Herman Meulemans  
Darius Milhaud  
Carl Nielsen  
Carl Orff  
Francis Poulenc  
Sergei Prokofiev  
Maurice Ravel  
Ottorino Respighi  
  • Erik Satie  
  • Arnold Schönberg  
    Alexander Scriabin  
    Dmitri Shostakovich  
    Jean Sibelius  
    Richard Strauss  
    Igor Stravinsky  
    Karol Szymanowski  
    Michael Tippett  
    Joaquín Turina  
    Heitor Villa-lobos  
    Kurt Weill  
    Peter Welffens  

    © Componisten.Net 2000-2017
    · Home · Links · Europees Skrjabin Genootschap sitemap 
    Galgje ·
    Akkoorden ·
    Gregoriaans ·
    Tijdlijn ·
    Muziektermen ·
    Componisten.Net ·
    Print deze pagina
    Erik Satie
    » Frankrijk (Stijlperiode: 20ste Eeuw)

    Geboren: 17 mei 1866
    » Honfleur
    Overleden: 1 juli 1925
    » Parijs

    Geselecteerde websites
  • Erik Satie Compositeur de Musique
  • Erik Satie werd geboren in Honfleur (Calvados, Frankrijk) op 17 mei 1866. Zijn vader, Jules Alfred Satie, werkte aanvankelijk als scheepsmakelaar. Daar hij vloeiend Duits, Portugees, Spaans, Italiaans, Nederlands, Deens, Latijn en Grieks sprak, vond hij later in Parijs werk als vertaler. In zijn vrije tijd gaf Satie Senior piano- en zanglessen. Ook verzorgde hij de uitgave van composities uit van zijn vrouw, van zijn zoon Erik en van zijn vriend Eric-Charles Levadé.

    Erik's moeder, de eerste echtgenote van Jules Alfred, was gedoopt in de Church of Scotland in Londen onder de naam Jane Leslie Anton. Zij stond erop dat haar vier kinderen anglicaans gedoopt werden. Omdat daardoor de verhouding van haar schoonmoeder er niet beter op werd, verhuisden de Saties naar Parijs. Toen Erik nog maar zes jaar was, stierven in enkele weken tijd zijn moeder en zijn zus. Erik en Conrad werden bij de ouders van Alfred ondergebracht, en werden op 4 december 1872 katholiek gedoopt. Erik ging op kostschool in het College van Honfleur. Bij de dood van zijn grootmoeder ging hij naar Parijs bij zijn vader wonen, die op 21 januari 1879 trouwde met de muzieklerares Eugénie Barnetche.

    Vanaf 1876 kreeg Erik muzieklessen van de organist van de Saint-Léonardkerk in Honfleur, een zekere Monsieur Vinot, die was afgestudeerd aan de Ecole Niedermeyer, een hogeschool voor kerkmuziek, waar het in ere herstellen van de gregoriaanse zang hoog in het vaandel stond.

    Daarna studeerde Erik Satie een tijdje aan het Conservatoire National de Musique et de Déclamation in Parijs (o.a. bij Guilmant, Mathias en Tadou), maar hij had zo'n weerzin van de schoolse opleiding dat hij het conservatorium verliet, zonder enig diploma en verkoos als pianist te werken in verschillende cabarets op Montmartre.

    In 1887 publiceerde hij zijn eerste liederen via zijn vader en hij componeerde de "Sarabandes".

    Samen met zijn vriend uit die jaren, Patrice Contamine, bekend als J.P. Contamine de Latour, werd hij een vaste bezoeker van het cabaret "Le Chat Noir", waar hij zich in een spontane bui voorstelde als "Gymnopédiste". Hierdoor voelde hij zich genoodzaakt in 1888 de "Gymnopédies" te componeren (Gymnopédie was in het Oude Griekenland een dans ter ere van Apollo, uitgevoerd door naakte kinderen).

    Een jaar later componeerde Erik Satie één van de "Gnossiennes" na het horen van de 'exotische' muziek tijdens de Wereldtentoonstelling. Hij publiceerde "Ogives", een eigen interpretatie van Gregoriaanse muziek.

    In 1890 vestigde hij zich op Monmartre, in een klein kamertje in de rue Cortot 6. Hij nam de functie van dirigent van het orkest van Le Chat Noir over van Victor Dynam Fumet.

    In 1891 maakte hij kennis met Claude Debussy, die onder de bekoring kwam van zijn originele denkbeelden, die krachtig indruisten tegen de Wagneriaanse geest van die tijd.

    Op 19 maart 1892 vond in de Galerie Durand Ruel de eerste openbare opvoering van een werk van hem plaats, op de "Soirées Rose + Croix". Kort hierna brak hij met Péledan en stichtte zijn eigen "Eglise Métropolitaine d'Art de Jésus Conducteur", waarvan hij het enige lid was, en hij benoemde zichzelf tot "Parcier et Maître de Chapelle".

    Hij had een korte maar hartstochtelijke verhouding met Suzanne Valadon; dit was waarschijnlijk zijn enige liefdesaffaire. In hetzelfde jaar maakte hij kennis met de jonge Ravel, die onder zijn invloed zijn eerste compositie schreef.

    Zijn steeds slechter wordende financiële toestand dwong hem in 1897 zijn bescheiden kamer te verlaten voor een nog kleiner kamertje op hetzelfde adres.

    Op 20 februari 1897 werden de eerste en de derde "Gymnopédies" georkestreerd door Debussy, en uitgevoerd op een concert van de zeer invloedrijke Société Nationale.

    Nu zijn "kerkelijke" periode voorgoed voorbij was componeerde hij een "Verset laîque & somptueux" voor de Wereldtentoonstelling. Vanaf dan zette hij zich af tegen de mode van het impressionisme met parodërende stukken als "Airs a faire fuir", "Morceaux en Forme de Poire" (als reactie op een opmerking van Debussy als zou zijn muziek geen vorm hebben; de keuze van een peer zou een toespeling kunnen zijn op het feit dat in het Parijse jargon 'poire' een synoniem is voor imbeciel), "Embryons déséchés", "Trois Véritables Préludes Flasques".

    Door de uitvoering van 'Pelléas et Mélisande' van Debussy voelde hij des te meer zijn tekort aan muziekale scholing, en op 39-jarige leeftijd liet hij zich dan maar inschrijven voor de cursus contrapunt bij d'Indy en Albert Roussel aan de schola Cantorum.

    Voorzien van het diploma van contrapunt ging hij actief deelnemen aan het sociale leven van het plaatsje Arcueil-Cachan. Voortaan droeg hij het uniform van de lagere ambtenaar: bolhoed, donker colbert, stijve boord en paraplu.

    In 1909 werd hij onderscheiden met de "Palmes Académiques" voor bewezen diensten aan de gemeenschap. Als supervisor van de Patronage laîque van Arcueil-Cachan nam hij complete klassen kinderen mee voor uitstapjes op donderdagmiddagen.

    Met de steun van Ravel en de Jeunes Ravlites, die hem als voorloper van Debussy beschouwden, begon men zijn werken te publiceren en uit te voeren op concerten.

    Als resultaat van zijn studie aan de Schola componeerde hij "Apertus désagréables", waarmee zijn jonge vrienden tegen de haren instreek. Datzelfde jaar ontmoette hij de grote pianist Ricardo Vines, voor wie hij ongeveer zestig korte stukken zou componeren in minder dan drie jaar tijd. Het belangrijkste werk uit deze periode was de collectie "Sports & Divertissements".

    Na de moord op Jean Jaurès op 13 juli 1914 werd hij in een opwelling lid van de Parti Socialiste. Toen er in 1921 een scheuring ontstond in deze partij koor hij voor de meest extremistische groep, de Parti Communiste.

    Het uibreken van de eerste wereldoorlog lag zijn productiviteit tijdelijk stil, doordat concertzalen en uitgeverijen gesloten bleven. Verscheidene kunstenaars en dichters uit Montparnasse begonnen in 1916 dan toch met het organiseren van concerten, later in combinatie met schilderijententoonstellingen. Hier kwamen muscici als Florent Schmitt, Ravel, Stravinsky, Satie en schilders als Picasso, Matisse en Gleize bijeen. Hier ook hoorde Cocteau de muziek van Satie voor het eerst, o.a. "Morceaux en Forme de poire", en stelde hem voor samen te werken aan een ballet voor Diaghilev. Korte tijd later voegde Picasso zich bij hen. Waarschijnlijk hoorde Satie bij Stravinsky voor het eerst platen met jazz-muziek uit Amerika.

    Het was ook Satie die de eerste jazz-muziek voor Europa componeerde, nl. de "Rag-time du Paquebot" voor het ballet "Parade".

    In 1917 was de breuk met Debussy definitief. Hij componeerde het 'symphonisch drama' "Socrate", gebaseerd op Plato's Dialogen, voor de besloten recepties van de prinses van Polignac. De eerste uitvoering in 1920 van "Socrate" werd op gelach onthaald door het Parijse publiek, dat afging op de humoristische reputatie van de componist.

    Op 8 maart probeerde hij zijn eerste "musique de meublement" uit, muziek "waar niet naar geluisterd moet worden", iets wat moor het publiek nauwelijks begrepen werd.

    Satie oefende een grote invloed uit op zijn leerlingen, minder door zijn composities dan door zijn beschouwingen over muziekesthetiek. Zij kantten zich tegen het zwoele impressionisme van Debussy en Ravel, tegen het "slavisme" van de moderne Russen (vooral Stravinsky) en vooral tegen het laat-Wagnerianisme van de jonge Schönberg. Ze streden voor een klare, direct aansprekende en ongecompliceerde, frisse muziektaal.

    Zo gauw Satie echter vaststelde dat zijn volgelingen zich comfortabel hadden geïnstalleerd in de artistieke kringen van Parijs, distantieerde hij zich van hen, en brak volkomen met de "arrivisten".

    Onder de titel "La Belle Excentrique" componeerde Satie voor de danseres Carayathis een reeks dansen die doen denken aan zijn variété-jaren.

    In 1923 componeerde hij een 'divertissement': "La Statue retrouvée", voor een gemaskerd bal met als thema de oudheid, maar dan uitgebeeld in de tijd van Lodewijk XIV, met kostuums van Picasso en Jean Hugo en een choreografie van Massine.

    Hij nam aan de zijde van de schrijver Tristan Tzara deel aan de "Soirée du Coeur a Barbe", de laatste dadaistische manifestatie in Parijs, die eindigde met een merkwaardige vechtpartij uitgelokt door Breton, woordvoerder van de dadaisten in Parijs en diens vrienden.

    In 1924 componeerde hij in samenwerking met Picasso en Massine "Mercure, poses plastiques", dat op 16 juni in het Théatre de la Cigale de Beaumonts Soirée de Paris werd opgevoerd.

    Satie, die al enige tijd aan levercirrose leed, ontwikkelde een dubbele longontsteking en werd op 15 februari 1925, en begeleid door zijn vriend Darius Milhaud, werd hij opgenomen in het ziekenhuis Saint-Joseph waar hij op 1 juli in grote armoede overleed. Hij kreeg een kerkelijke begrafenis in Arceuil.

    Een anecdote:
    Eén van zijn werken, "Vexations", wordt zelfs vermeld in het muziekdeel van het 'Guiness Book of Records', als zijnde het langste instumentale solowerk. Het bestaat uit een thema van 52 maten, met een aanduiding 'très lent', dat 84O maal herhaald moet worden en met zo weinig mogelijk variatie. De eerste uitvoering, georganiseerd door John Cage in het Pocket theatre in New York in I963, duurde 18 uur en 12 minuten, waarbij pianisten elkaar aflosten. De tweede uitvoering vond in Berlijn plaats in augustus 1966 met 6 pianisten. Bij haar tweede toerbeurt verscheen de pianiste Charlotte Moorman half naakt op het podium, om de monotonie wat te breken. Haar beweegredenen waren van musicologische en financiële aard. Satie hield veel van vrouwelijk naakt en John Cage had er 100 dollar op verwed dat ze het niet zou durven. De uitvoering duurde 18 uur en 4O minuten. De eerste solo-uitvoering van "Vexations" vond plaats in de Arts Laboratory, Drury Lane, Londen op 1O en 11 oktober 1967 door Richard Toop. Deze hield zich op de been met komkommersandwiches en hield het 24 uur vol. In 1969 werd een uitvoering in Australië na 17 uur afgebroken. De pianist moest in coma naar het ziekenhuis worden afgevoerd.

    » Nieuws bij GOOGLE (engelstalig)
    » Afbeeldingen bij GOOGLE